top
logo


Home Column Simon Zeeman
Column PDF Print E-mail
Written by Administrator   
In deze rubriek zal Simon proberen de anekdotes en leuke gebeurtenissen in en rond de
duivensport te belichten. Mocht er rond je hok of in je duivensportbelevenis iets leuks of
speciaals voorvallen, schroom dan niet om dit aan hem te melden, zodat hij hierover weer een
leuk verhaal kan maken. Mail je verhaal aan This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it of spreek hem gewoon
aan in de club.
 
 Duivenmelken volgens het boekje !

Afgelopen zomer werd duidelijk wat duivenmelken volgens het boekje betekent.

 

 

Regelmatig hoor ik het duivenlokaal liefhebbers over systemen praten.  Op internet lees over Beutesysteem of Verbreesysteem, enz…

 

 

Toch heb je in een vereniging altijd van die liefhebbers die niet in een boekje beschreven staan.

 

 

Bij ons in de vereniging is dat onze generaal kampioen Bertram van Zuiden uit Swifterbant.

 

 

Toen hij met duiven begon had hij een gedeelte van zijn duiven onder het huis van zijn ouders verstopt. Waarschijnlijk is hij 1 van de weinige liefhebbers die zoveel duiven kan houden op een vierkante meter en dan ook nog op top nivo kan presteren.

 

Mensen die hem wat beter kennen worden vaak zenuwachtig van zijn aanwezigheid. Niet door zijn statuur maar door de hoeveelheid energie die hij afgeeft aan zijn omgeving. Vaak wil hij waar ook mogelijk praten over zijn eigen duiven en zijn eigen prestaties.

 

Andere kijken met veel vraagtekens naar zijn methodes. Geen enkel boek heeft er over geschreven.

 

Zo moesten zijn jongen in 1 jaar zowel op zaterdag als zondag een wedstrijd afleggen. Ook korfde hij eens al zijn duiven op vrijdagavond in om op zaterdagmorgen zijn hok naar de andere kant van zijn tuin te verplaatsen. Wat een ander niet lukt, lukt bij Bertram wel. De duiven vielen alsof er niets aan de hand is het hok aan de andere kant van de tuin naar binnen.

 

Maar wij vergissen ons allemaal in de duivensport. Wij willen allemaal werken volgens het boekje van de kampioen.

 

Natuurlijk heeft het gedrag van Bertram iets te maken met aandacht vragen, maar goed dat is niet uniek. Al die duivenmelkers hebben last van haantjes gedrag. Wij willen toch allemaal aan de top eindigen om ook in de aandacht te staan. De een kan zich alleen wat meer in bedwang houden dan de ander.

 

Het is juist de energie die Bertram aan zijn duiven overbrengt die hem de resultaten biedt. Door zijn eigen drukte mogen zijn duiven meerdere keren (een keer of 4) per dag trainen, ze moeten veel vluchten vliegen, helemaal in lijn met zijn eigen energie. Maar ook alle aandacht die elke duif van hem krijgt. Ze worden op handen gedragen en zijn in zijn eigen beleving al bij de geboorte een waar kampioen en op die manier worden ze aan alle kanten in de watte gelegd.

 

Waar de rest alle energie steekt in zichzelf, voerschema’s, e.d. steekt Bertram alle energie in de duif zelf. Met volle energie zijn ze dan ook klaar voor de wedstrijd. Volgens de kampioenen in de vereniging is zelfs op de vrijdagavond al te merken aan de duiven dat ze overlopen aan energie. De andere duiven worden daar erg zenuwachtig van en zijn op deze manier net als hun bazen uitgeschakeld voor de volgende dag.

 

Mocht u ooit in de gelegenheid zijn een top duif bij Bertram te halen, neem dan ook een potje energie van Bertram mee, want die duiven hebben dat echt nodig.

 

Nostalgie of gewoon een leuke bladzijde uit de geschiedenis van onze hobby

In het duivenlokaal zitten we wel eens te bomen over het verleden. Opeens zegt een wat oudere liefhebber “aan die elektronische systemen hadden we nooit moeten beginnen”.

Terug verlangen naar de tijd dat we nog met gummiringen klokten. Ja en Nee.

Ik moet er echt niet aan denken dat we weer elke zaterdag achter onze duiven aan moeten rennen om dat arme beestje te ontdoen van zijn rubberbandje. In wat voor super vooruitgang leven we wel niet. Elke zaterdag kunnen we in een luie stoel de hele duivenwedsstrijd volgen. Ze komen aan, vallen op de klep, piep en hij of zij is geregistreerd.

Toch is met het heen gaan van de gummiringen een stuk humor uit de duivensport verdwenen. De verhalen rondom de gummiring waren veel leuker, dan die rond de elektronische systemen.

Soms hoor je verhalen over verwisselde systemen. Zelf heb ik het ook 1 keer meegemaakt. Wij vlogen van twee hokken, mijn neefje vloog bij Opa met wat jongen. Mijn broer was op vakantie, dus alleen Opa en de schrijver van deze column waren nog aanwezig. Wachtend op een vlucht vanuit St Quentin, komen op ons vlieghok twee duiven van de vlucht. Op de klep, geen piep. Paniek !!! Duiven uit het hok gepakt, wederom op de klep, geen piep. Na enig onderzoek, bleek de verkeerde klok op het systeem te liggen. Met twee duiven onder de armen en de klok van mijn neefje op schoot, met de auto naar Opa. Opa zat rustig een boterham te eten aan de keuken tafel. Hij ging niet op duiven wachten, hij hoorde vanzelf, Piep. Rennend naar de klok, even wisselen, twee duiven over de klep, inderdaad Piep. Opa kwam snel aan rennen aan. Er is er 1 melde hij. Nee, sorry, foutje bedankt !!


Nee, dan de gummiringen. De verhalen beginnen met 1 klok in het dorp, vaak ook nog in het dorpscafé. Onderweg tegen mensen aan fietsen, gummi weg. Op plaats van bestemming opgehouden door de eigenaar van de klok, want die moest eerst klokken, voordat de hard rennende of fietsende jongeman, de gummi in de klok mochten doen. Humor al om.


Ik ben van een andere tijd, maar heb uiteraard het klokken met gummi’s nog volop meegemaakt.


Een verhaal wat ik nooit meer vergeet is de volgende:


Midden in de zomer zaten we op een avond met een groepje mensen op duiven te wachten uit Chateauroux. Zuid-Holland en Noord-Holland vlogen dit gezamenlijk. Het werd een loodzware vlucht.


Wij wonend op het voormalig eiland Marken, hadden kennis aan de ex-convoyeur van een van de afdelingen in Zuid-Holland, dhr. Huizer uit Rhoon, net onder Rotterdam. Die avond spraken we hem rond 21.00 uur. Hij melde dat er in de zuid van zijn provincie enkele duiven thuis kwamen, maar het was mondje maat. Hij adviseerde ons maar lekker te gaan slapen en morgenochtend er weer vroeg af.

Net de telefoon neergelegd, daar kwam een duif recht uit de Noord, met een mooie glij vlucht op het hok van mijn oom. Ja, het is er 1 van Chateauroux. Op de klep naar binnen.


Nu moet u weten, mijn oom is 1 meter 50. Door de volle bebouwing op de kleine achterplaats, stond het vlieghok van de oude duiven op ongeveer 1 meter 30 hoog. Om in het hok te komen was er een houten trap naar het hok.


Op die avond sprong mijn oom in 1 keer van de straat op de bovenste tree van de trap, zo het hok in. Na 10 seconden stond hij ook weer buiten, maar nu enigszins verward.


In zijn enthousiasme en spanning had hij de duif van de gummiring ontdaan, maar de gummiring ook gelijktijdig in de zak van zijn stofjas gedaan. Echter deze zak bleek vol te zitten van gummiringen. Zo’n 40 stuks.


Met man en macht hebben we de gummiringen uitgesoorteerd. Al belend met clubgenoten om de kleur en andere kenmerken van de juiste gummiring te achterhalen, bleven we steken op 2 gummiringen. Die zijn uiteindelijk ook de klok ingegaan.


Het was overigens die avond 1 van de weinige duiven in Noord-Holland die het thuisfront wist te bereiken.


Dit was een verhaal ergens tussen 1980 en 1990.


Later toen we al reeds in Swifterbant woonachtig waren hadden wij een brandweerman in onze club. Deze ras Amsterdammer was professioneel brandweerman in onze hoofdstad en hierdoor in het weekeinde regelmatig van huis. Hiervoor had hij een nostalgische oudere heer met hoed, die voor hem dan bij zijn afwezigheid klokte.

Zij vlogen heel goed en de duiven kwamen van Vitesse vluchten goed en snel naar huis. Op een vlucht ging het zo snel dat de brandweerman ’s middag bij klok afslaan heel verontwaardigd het lokaal binnen kwam. Zijn compagnon had zo enthousiast aan klokken geweest, dat de klok tot en met het laatste gat gevuld was. Wat hij niet wist is dat er nog een afslag mogelijk was. Hij zelf was er van overtuigd dat het einde oefening was.

Die middag kwamen de mooie verhalen rondom klokken met gummi’s los. Zo wist de brandweerman te vertellen dat hij eens duiven aan het kijken was bij een duivenvriend. De duiven vlogen door een groot raam naar binnen, de liefhebber ging er met een snoekduik van een keeper achter aan.

Terug naar gummiringen. Nee, toch maar niet. Wat meer humor terug in de duivensport. Ja, dat zou niet verkeerd zijn !!

 

Oostenlijn

Zondagmorgen ging onze penningmeester, Piet Zeeman, voortvarend aan de slag met zijn
duiven. Bij de jonge duiven gingen de kleppen open. Ze waren gemiddeld net een week
afgespeend en met dit mooie weer mochten ze voor de derde keer eens buiten kijken. Terwijl
Piet met de oude duiven in de weer was, schoonmaken, stofzuigen en in bad. Zag hij de
schimmen van wegvliegende duiven. Dat was niet verrassend want ook een paar oude duiven
hebben hun thuisbasis tussen de jongen.

Nadat de duivenhokken schoon waren en Piet zijn ontbijt genuttigd had ging hij in het
heerlijke zonnetje achter in de tuin zitten om de eerste schreden naar buiten van zijn jonge
garde te aanschouwen. Plotseling kwam één van zijn dochters op hem af met de telefoon. Een
mijnheer die ze niet kon verstaan aan de telefoon. Het bleek een Duitser te zijn. De beste man
vroeg in het Duits of Piet ook de taal van zijn heimat kon spreken. Piet kon dat wel, werkend
voor een internationaal bedrijf spreekt hij zijn talen wel.

Toch kwam er uit Piet zijn mond niet zoveel woorden. Totale verbijstering had van hem
meester gemaakt. De beste man, wonend in de buurt van Dusseldorf, vertelde nl. dat hij
een jonge duif had opgevangen. Jawel één van de kroost die Piet zojuist een aantal uren
geleden had losgelaten. Totaal onmogelijk zei hij, die beesten kunnen nog geen eens vliegen.
Schijnbaar was dat niet helemaal waar, want hij of zij zat toch daadwerkelijk in Dusseldorf.

In nader overleg met zijn broertje hebben ze de beste man meegedeeld, dat deze duif met een
duidelijke voorkeur voor de Oostenlijn bij hem mocht blijven. Hopelijk blijft deze duif deze
bijzondere eigenschap behouden, dan hebben ze in Duitsland een top Nederlandse duif erbij.

Conclusie is wel dat een klein piepertje beter kan vliegen dan wij soms denken, wees dus
altijd alert op je jonge kroost.
 

bottom

Joomla!. XHTML and CSS.